Hildi heeft het koud, ijskoud.
Zo koud had ze het nog nooit.
Zo bang was ze nog nooit.

Ze ligt op haar rug, wil zich oprichten, maar dat lukt niet. Ze zit gevangen tussen wanden, die ze met haar handen probeert weg te duwen.
Ze zit opgesloten in een kist, die ze wel voelt, maar niet ziet. Een kist doorzichtig als water. De wanden lijken van ijs, maar zijn het niet. Ze zijn van een droge, harde materie.
Een doorzichtige schelp.

Ze duwt opnieuw, zoekt angstig tastend naar een opening, maar nergens vindt ze een spleet.
Gevangen als een mug in barnsteen...


Met deze flashworward begint het boek. Het refereert naar een veenlijk van een zestienjarig meisje gevonden in Yde en te zien in het Drents museum in Assen. Het is bruin, verdroogd, op het hoofd een pluk haar. Ze draagt een restant van een mantel, rond haar hals zit een koord.
Wetenschappelijk onderzoek wees uit dat het meisje heeft geleefd in de eerste eeuw na Christus en dat ze ongeveer 16 jaar oud was toen ze stierf. Ze was niet groter dan 1,40 m, had een bochel en mankte. De conservator van het museum, dr. Wijnand van der Sanden het idee op om het meisje 'tot leven te wekken' door een gezichtsconstructie.
Zo kwam ze terecht in Manchester, waar Richard A.H. Neave haar gezicht reconstueerde. Zonder twijfel zouden we sterk verrast zijn als we de gelijkenis konden nagaan tussen het wassen beeld en het meisje, dat 2000 jaar geleden leefde.

IN HET TEKEN VAN DE MAAN

 

Facet 1997

terug

‘In het teken van de maan’ werd genomineerd voor de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen in de categorie 12-14 (1999).                                        

Hiernaast : reconstructie van het hoofd van het meisje. (Drents museum)