Ik zag het muurtje en in dat muurtje zag ik mezelf. In een vlakte zonder sporen. Zonder verleden. Zonder herinneringen. En dat was wat ik wilde. Een schone lei. Schoon zand. Wit en effen...

Een meisje heeft het moeilijk met zichzelf. Ze hongert en ze kerft en na de zoveelste ruzie met haar moeder loopt ze weg van huis. Ze ontmoet een jongeman die haar vreemde gedrag lijkt te begrijpen en samen met hem gaat ze een eind op pad.

Ze vraagt zich af waarmee hij bezig is. Waarom neemt hij foto’s van dat oude, betonnen muurtje? Van die rottende boomstronk? Al snel wordt duidelijk dat hij bioloog is en korstmossen bestudeert. Ze vindt het allemaal maar weinig interessant, tot hij haar een loepje geeft en ze het plantje van dichtbij bekijkt.


...Hij geeft me het loepje. Ik houd het tussen mijn ogen en het mosje, zoek even de goede afstand en ga het grijsgroene wereldje binnen. Ik moet toegeven dat het mooi is. Die wirwar van grillige, grijze stengeltjes. Binnen de strikte grenzen van de cirkel van het vergrootglas. Mooi en afgebakend. Een strak universum. Perfect te begrijpen...


Grenzen aftasten, verleggen en overschrijden vormen de rode draad in het boek. De onuitgesproken vraag wat normaal is en wat niet, zindert doorheen het verhaal.

KORSTMOS

 

Lannoo 2006

terug

                          

Vertaald in het Duits door Eva Schweikart

 

‘Spuren auf der Haut’

 

 

Genomineerd bij de beste jeugdboeken van 2011

in Leporello Lesen